Ga naar inhoud
Webshop

Kabels bij externe schakelaansturing

Bij externe schakelaansturing lopen de kabels ononderbroken van de draaischakelaar naar de kabelbox op de naaf — een aparte kabelstop is niet nodig. Sinds eind 2024 wordt elke SPEEDHUB zo gebouwd, en elke schijfremuitvoering (DB) altijd al.

  • spiraalbuitenkabel (4,7 mm) met geïntegreerde kunststof voering,
  • roestvrijstalen binnenkabel van 1,1 mm met een tonnippel van 4×5 mm — een standaardmaat, overal ter wereld verkrijgbaar,
  • afgedichte eindkapjes die water en vuil buiten houden.

Ze zijn er ook als complete set: kabelset (art.nr. 8268), of de langere tandemuitvoering (art.nr. 8267).

Knijp de uiteinden van de buitenkabel niet dicht, en geef elk uiteinde een eindkapje — er alleen op geschoven, niet geperst.

De kabels kunnen langs de liggende achtervork of langs de bovenbuis lopen. In beide gevallen komt de 1-kabel onderaan in de kabelbox en vooraan in de draaischakelaar; de 14-kabel bovenaan in de box en achteraan in de draaischakelaar. Leg de buitenkabels spanningsvrij, met ruime bochten. Stem de stand van de asplaat daarop af: De stand van de asplaat.

Heeft het frame geen kabelgeleiders, dan helpt de Rohloff Cable Manager Kit (art.nr. 5201): een lange kabelbinder (255 × 2,7 mm) houdt de twee houders aan het frame, twee kleine (75 × 2,5 mm) houden de kabels daarin vast. Plak eerst de schuimrubberen pads onder de houders.

De Cable Manager Kit op het frame

  1. Bereid de kabelbox voor. Open hem, haal de kabelschijf, de twee dekselschroeven en de twee kabelverstellers eruit, sluit hem weer, zet de box op het schakelhuis en zet hem vast met de kartelschroef.

  2. De buitenkabels. Leg de buitenkabels van de draaischakelaar naar de kabelbox, maak ze op lengte — een schone, haakse snede — en zet op beide uiteinden een eindkapje. Neem de kabelbox daarna weer af.

  3. De binnenkabels. Rijg de binnenkabels in de draaischakelaar (De draaischakelaar) en door de buitenkabels. De buitenkabels moeten helemaal op hun plaats zitten in de eindkapjes en de aanslagen van de draaischakelaar.

  4. Op lengte maken. Trek bij de kabelbox de 1-kabel helemaal uit en knip hem af op 200 mm vanaf het einde van de buitenkabel, eindkapje meegerekend. Trek dan de 14-kabel helemaal uit — de 1-kabel trekt zich daarbij terug — en knip ook die af op 200 mm. Met het messing buisje van 200 mm (art.nr. 8712) gaat dat precies.

    Beide kabels op 200 mm

  5. Richting controleren. Trek de 14-kabel tot de aanslag van de draaischakelaar: de draaischakelaar draait voorbij versnelling 1. Trek aan de 1-kabel: hij draait voorbij 14. Is het andersom, dan zijn de kabels verwisseld.

  6. De kabelschijf. Draai de twee klemschroeven van de kabelschijf ongeveer drie slagen los (inbus 2 mm). Schuif de kabelverstellers op de kabels en steek dan de 1-kabel in gat 1 en de 14-kabel in gat 14, tot de aanslag. De zeskantige voorkant van de kabelschijf wijst naar boven. Draai de schroeven aan (M4×4, inbus 2 mm, 1,5 Nm).

    De kabels in de gaten van de kabelschijf

  7. Leg de 1-kabel met de klok mee als lus in de groef van de kabelschijf, de 14-kabel tegen de klok in. Beide groeven moeten helemaal gevuld zijn, en de kabels mogen elkaar niet kruisen.

    De lus van de 1-kabel

    De lus van de 14-kabel

  8. Plaats de kabelschijf met de kabelverstellers in de kabelbox. Draai de draaischakelaar van 1 naar 14 en terug, en controleer of de kabelschijf soepel draait, in dezelfde richting als de draaischakelaar.

    De kabelschijf in de kabelbox

  9. Zet het deksel erop zonder een kabel klem te zetten, en draai de twee schroeven gelijkmatig aan. Bij de kunststof kabelbox (KN6041 STS plus 4×12, TX20) 1 Nm, bij de metalen (M4×10, TX20) 3 Nm — te vast aandraaien vernielt de kunststof schroefdraad. Draai beide kabelverstellers helemaal in.

    De kabelbox sluiten

  10. Draai aan de naaf de zeskant van de schakelas met een steeksleutel van 8 mm tegen de klok in tot de aanslag — de versnellingsbak staat nu in versnelling 14. Breng een dun laagje vaseline aan op de lagerbus van de kabelschijf.

    De schakelas naar versnelling 14

  11. Zet de draaischakelaar op 14, schuif de kabelbox op de geleidepennen — de draaischakelaar een beetje bewegen helpt — en draai de kartelschroef handvast aan.

Uitdraaien van de kabelverstellers verhoogt de spanning, indraaien verlaagt hem. Stel hem zo in dat de draaischakelaar ongeveer 2 mm speling heeft. Staat de markering niet precies tegenover de cijfers, draai dan de ene versteller evenveel in als je de andere uitdraait.

Controleer tot slot of alle 14 versnellingen werken — 14 versnellingen = 13 klikken. Zo niet, dan is de kabelbox niet in versnelling 14 geplaatst: Het achterwiel inbouwen.

Veelgestelde vragen

Op welke lengte knip ik de kabels af bij de kabelbox?
Allebei op 200 mm, gemeten vanaf het einde van de buitenkabel inclusief eindkapje: eerst de 1-kabel, helemaal uitgetrokken, dan de 14-kabel. Het messing buisje van 200 mm (art.nr. 8712) is het nauwkeurigste hulpmiddel.