Kabel vervangen bij een eendelige asring
De eendelige asring is tot begin 2003 gemonteerd (tot serienummer 25300). Je herkent hem aan de zes schroeven waarmee de asplaat vastzit en aan de twee kabelgeleiders die in de ring zijn geperst. Om de kabel te vervangen moet de asring er samen met de kabeltrommel af (reparatieset, art.nr. 8271). Het is priegelwerk — heb je daar geen zin in, laat het dan aan ons over: maak een afspraak.
Demonteren
Section titled “Demonteren”- Bouw het wiel uit, knip de vier kabelbinders aan de uiteinden van de balgen door, draai de bajonetkoppelingen los (M4×4, inbus 2 mm) en trek de balgen eraf.
- Onthoud de stand van de asplaat ten opzichte van de kabelgeleiders en haal de plaat met zijn zes schroeven (M4×25, TX20) eraf. Houd de as intussen tegen — aan de lange momentsteun, of bij OEM- en OEM2-platen met een steeksleutel 10 mm.
- Leg het wiel neer met de asring naar boven, pak de ring tussen duim en wijsvinger en wrik hem er heen en weer bewegend af. Zit hij vast, gebruik dan een waterpomptang over een strook karton.
- Kantel het wiel niet naar de asring toe: er kan olie uitlopen, en de twee vrijloopveren kunnen eruit vallen.
- Schakel naar versnelling 14: houd de aluminium moer tegen met een steeksleutel 17 mm en draai de schakelas met een steeksleutel 8 mm tegen de klok in tot de aanslag.
- Verwijder de oude papieren pakkingen (er komen later nieuwe in) en druk de kabeltrommel vanaf de achterkant van de ring eruit — trek daarbij aan de kabel, zodat de trommel draait in plaats van klemt. Verwijder de oude kabel, maak alles schoon en ontbraam de trommel als dat nodig is.
De nieuwe kabel
Section titled “De nieuwe kabel”- Rijg de nieuwe kabel vanaf de binnenkant van de zeskant door het onderste gat tot ongeveer halverwege, het andere uiteinde door het bovenste gat; beide uiteinden even lang. Houd de trommel vast en trek de lus strak in de groef.
- De richting is belangrijk: aan de achterkant heeft de binnenzeskant een trapje, aan de voorkant niet. Steek de trommel met de voorkant naar boven op een inbussleutel 8 mm, buig de kabels in de groef en wikkel de bovenste ongeveer 2¾ slag op.
- Houd de kabels tussen duim en wijsvinger, knijp ze met de andere hand samen en trek de trommel van de sleutel. De binnenste groef ligt tegenover de kabeluiteinden, en de groeven moeten helemaal gevuld zijn.
- Rijg de rechter (lange) kabel door de rechter geleider en de linker (opgewikkelde) kabel door de linker geleider — een tweede paar handen helpt enorm.
- Trek beide kabels gelijkmatig aan, zodat de trommel naar de boring van de ring komt, en druk hem met strakke kabels recht naar binnen tot hij “inklikt”. Trek je aan de kabels, dan moet de trommel soepel heen en weer draaien.
In elkaar zetten
Section titled “In elkaar zetten”- Leg nieuwe papieren pakkingen: de kleine in de uitsparing aan de achterkant van de ring, de grote op de uitstekende paspennen, met de gaten precies boven elkaar.
- Leg het wiel zo neer dat de twee paspengaten (niet de gaten met schroefdraad!) naar 3 en 9 uur wijzen. De twee vrijloopveren moeten in hun gaten zitten.
- Trek de rechter kabel tot de aanslag (de groef wijst dan ongeveer naar 2 uur), daarna kort de linker, zodat de trommel ongeveer een halve slag terugdraait — de groef staat nu tussen 7 en 8 uur, de eindstand van versnelling 14. Die halve slag reserve voorkomt dat de kabel wordt teruggebogen, wat zijn levensduur flink zou verkorten.
- Zet in deze stand de ring met zijn paspennen in de gaten van de as, zodat de binnenzeskant van de trommel over de schakelas schuift. Doe een beetje vet tussen trommel en ring, plaats de asplaat in de stand die je had onthouden en draai de zes schroeven kruiselings aan (TX20, 3 Nm).
- Trek de kabeluiteinden afwisselend met een tang uit: beide moeten even ver naar buiten komen, over 13 klikken.
- Meet met de achterste kabel helemaal uitgetrokken 165 mm vanaf de bovenrand van de achterste geleider, knip hem af, schuif de balg er voorzichtig over en monteer de bajonetpunt, helemaal tot de aanslag opgeschoven (inbus 2 mm, 1,5 Nm). Doe hetzelfde met de voorste kabel, 13 klikken uitgetrokken (versnelling 1). Het messing buisje van 165 mm (art.nr. 8711) maakt het makkelijker.
- Maak de kabellengtes gelijk door de bajonetkoppelingen aan te draaien, en zet de balgen met kabelbinders vast in de groeven van de kabelgeleiders en de bajonetpunten.
Veelgestelde vragen
- Hoe weet ik of mijn naaf een eendelige asring heeft?
- De eendelige asring is tot begin 2003 gemonteerd, tot serienummer 25300. Je herkent hem aan de zes schroeven waarmee de asplaat vastzit en, met de plaat eraf, aan de twee kabelgeleiders die vast in de ring zijn geperst.